{"id":2764,"date":"2024-02-03T15:26:09","date_gmt":"2024-02-03T14:26:09","guid":{"rendered":"https:\/\/stadsenambt.sitework.link\/?p=2764"},"modified":"2024-02-03T15:26:09","modified_gmt":"2024-02-03T14:26:09","slug":"evert-jan-planten","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/stadsenambtsbegraafplaats.nl\/evert-jan-planten\/","title":{"rendered":"Evert Jan Planten"},"content":{"rendered":"\n\n
\n
\n
\n
\n

Evert Jan Planten\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 \u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 1768-1832\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 Stad<\/strong><\/p>\n

-Coops\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 p. 49 en 50\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 Kolom V regel 5,6,7\u00a0\u00a0\u00a0 Grafnummer 53,54,55<\/p>\n

-Gijsbers\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 p. 46 en 47<\/p>\n

 <\/p>\n

\u2018Een zandstenen zerk uit 1832, een van de oudere graven van de Stadsbegraafplaats dus. De zerk is eenvoudig en rechthoekig, met opschrift in verdiepte kapitalen en een eenvoudige sierrand er omheen\u2019.<\/em><\/p>\n

 <\/p>\n

 <\/p>\n

Evert Jan Planten<\/strong> werd geboren op 25 maart 1768<\/strong> in Stad Doetinchem en overleed op<\/p>\n

16 mei 1832<\/strong> ook in Stad Doetinchem.<\/p>\n

Zijn vader was; Evert Godefried (Godevrid) Planten (1734- ? ).<\/p>\n

Hij was rentmeester, chirurgijn en secretaris van Stad Doetinchem.<\/p>\n

Zijn moeder was; Johanna Maria van der Horst op 15-5-1726 gedoopt en in 1743 ingeschreven in Doetinchem. De datum van haar overlijden is niet bekend.<\/p>\n

 <\/p>\n

 <\/p>\n

Op 30 december 1792<\/strong> trouwt Evert Jan in Doetinchem met Frederica Eerligh (Eerlich).<\/strong><\/p>\n

Zij is gedoopt op 29 maart 1761<\/strong> in Doetinchem en is overleden in Doetinchem op 10 april 1830<\/strong> in Doetinchem.<\/p>\n

Haar vader was; Hendrik Eerligh (Eerlich)\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 ( ? -1821)\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 apotheker en bestuurder<\/p>\n

Haar moeder was; Willemina Elisabeth ter Maat\u00a0\u00a0\u00a0 (1730-1821)<\/p>\n

 <\/p>\n

Kinderen;<\/u><\/strong><\/p>\n

Johanna Maria\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 1793-1819\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 Stad-Stad<\/p>\n

 <\/p>\n

Willemina Elisabeth\u00a0\u00a0 \u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 1795-1838\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 Stad-Stad<\/p>\n

Op 18 juli 1822 trouwt zij in Doetinchem met Willem Colson Aberson. Hij was militair en burgemeester van Doetinchem.(1784-1843)*)<\/em><\/p>\n

 <\/p>\n

Evert Godfried \u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 1798-1820\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 Stad-Leiden\u00a0\u00a0\u00a0 (23 jaar wonende te Rapenburg wijk 1 no 217, student in de medicijnen)<\/p>\n

 <\/p>\n

Hendrik\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 1800-\u00a0\u00a0 ?\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 Stad- ?<\/p>\n

Hij is vermoedelijk jong overleden.<\/p>\n

*) Willemina en Willem zijn beiden elders begraven op de Stadsbegraafplaats.<\/p>\n

 <\/p>\n

Opleiding en loopbaan<\/strong><\/p>\n

Evert Jan is de jongste van 5 kinderen.<\/p>\n

Evert Jan gaat aan de Gelderse universiteit in Harderwijk\u00b9) medicijnen studeren en is de eerste \u2018Planten\u2019 die de artsentitel verwerft.<\/p>\n

Hij start de praktijk in Doetinchem en trouwt in 1792 met de apothekersdochter Frederica Eerligh en ze gaan wonen in de Hamburgerstraat 14 (tegenwoordig de boekhandel Raadgeep en Berrevoets).<\/p>\n

 <\/p>\n

Hij volgde Adriaan Bornaneaus, die op 26 april 1796 is overleden, op als medicinae doctor in Doetinchem.<\/p>\n

 <\/p>\n

 <\/p>\n

Functies<\/strong><\/p>\n

Evert Jan wordt op 8 mei 1798 door de magistraat aangesteld als medicinae doctor. Hij diende alle armen en behoeftigen, of zij nu van de diaconie of van het gasthuis trokken, zonder onderscheid te maken, gratis te helpen<\/em>. Wanneer er binnen de stad een zware \u2018aanstekende siekte\u2019 ging optreden, mocht hij zich niet zonder toestemming van het stadsbestuur buiten de stad en schependom\u00b2) begeven.<\/p>\n

 <\/p>\n

Daarnaast wordt hij de laatste schepen in het oude bestel en in de Franse tijd is hij vanaf 1813 \u2018maire\u2019 van Doetinchem\u00b3). De mairie Doetinchem viel in deze tijd onder het Arrondissement Zutphen.<\/p>\n

 <\/p>\n

Na de Franse tijd wordt Evert Jan in 1816 de eerste burgemeester van Stad Doetinchem tot 1831 en bleef tevens stadsgeneesheer.<\/p>\n

Onder zijn bewind wordt op 27 november 1826 een aanbesteding uitgeschreven voor; \u201cDe leverancie de vereischte Materialen en het Arbeidsloon tot eene te verbeteren inrigting van het EERSTE NEDERDUITSCHE SCHOOLGEBOUW ter dezer Stede\u201d. Dit was de lagere school in Doetinchem<\/p>\n

 <\/p>\n

Verder was hij medeoprichter in 1823 en bestuurslid tot 1831 van de afdeling \u201cDoetinchem\u201d van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen\u2074).<\/p>\n

 <\/p>\n

Hoewel bekend als een van de oprichters van de Herensoci\u00ebteit \u2018De Vriendschap\u2019\u2075) in 1812, was hij zelf geen lid.<\/p>\n

 <\/p>\n

Ook was hij curator van de Latijnsche School in Doetinchem en president-kerkvoogd van de Nederlands-hervormde gemeente.<\/p>\n

 <\/p>\n

 <\/p>\n

De mens en zijn bezittingen<\/strong><\/p>\n

Dr. Planten was een man van weinig woorden, een zwijgzame norse man maar met een hart van goud. Hij liet elke dag om 2 uur zijn Gelders karretje voorrijden als hij naar de buiten pati\u00ebnten ging en zei tegen de koetsier alleen maar links, rechts of halt en verder geen woord.<\/p>\n

Naast Evert Jan was er eind 18e<\/sup> eeuw in Doetinchem ook Dr. J.J.E. Bentfort**) werkzaam. Bentfort woonde eerst op de Markt en later in de Grutstraat. Zij hadden als arts een groot verzorgingsgebied dat ook de dorpen Zelhem, Terborg, Zeddam, Wehl, Hummelo en Keppel omvatte.<\/p>\n

**) Dr. Bentfort en zijn echtgenote zijn niet in Doetinchem overleden en begraven. Wel bevindt zich op de Stadsbegraafplaats een familiegraf waarin twee van hun kinderen liggen.<\/p>\n

 <\/p>\n

Evert Jan is nog een van de \u2018grondleggers\u2019 geweest van de Stadsbegraafplaats. Hij heeft aan de toenmalige gemeente Stad Doetinchem de grond aan de toenmalige Nieuweweg groot 2.200 m\u00b2, verkocht voor de somma van 175 gulden. De Stadsbegraafplaats is in 1829 in gebruik genomen.<\/p>\n

Evert Jan was redelijk welgesteld. Hij had namelijk een dienstbode, betaalde \u0192 130,- aan personele belasting\u2076) voor zijn woning die geregistreerd stond met 19 ramen.<\/p>\n

Hij bezat samen met de familie Ver Huell een bank in de Nederlands Hervormde Kerk.<\/p>\n

Zijn huis aan de Hamburgerstraat was redelijk groot, met zijn negentien deuren en vensters: Hij bezat ook nog een buiten en veel landerijen, onder andere \u201cden Ooyman\u201d\u2077).<\/p>\n

Op 16 mei 1832 overlijdt Evert Jan\u00a0 \u201caan de gevolgen eener slepende ongesteldheid\u201d zoals in de rouwadvertentie staat. Hij is dan 64 jaar.<\/p>\n

 <\/p>\n

De familie Planten<\/strong><\/p>\n

Al in de 16e<\/sup> eeuw behoren de families Coops, Ketjen en Planten tot de voorname burgers van Doetinchem. Uit hun gelederen werden burgemeesters gekozen en zij huwden op hun beurt met zonen en dochters van andere burgemeesters. Zie dochter Willemina van Evert Jan en Frederica die trouwt met Willem Colson Aberson. Bij de familie Planten is er sprake van een Doetinchemse en een Varsseveldse tak. Beide leveren in het derde geslacht een burgemeester.<\/p>\n

 <\/p>\n

Evert Jan is ge-eerd met een straat. Deze is gelegen tussen de Terborgseweg en het Pasplein, aan de achterzijde van het huidige gemeentehuis<\/p>\n

 <\/p>\n

\u00b9)De Gelderse Universiteit was gevestigd in Harderwijk en bestond van 1648 tot 1811. Ze werd opgericht door de Staten van Gelre werd zij ook wel de Gelderse Universiteit<\/em> genoemd.<\/p>\n

Het verhaal gaat dat de rijken gewoonlijk naar Leiden reisden; minder gefortuneerden gingen naar Harderwijk, waar de promotie minder kostbaar was en sneller verliep. Tijdens de Franse bezetting werd de universiteit opgeheven. Koning Willem I probeerde de universiteit net als die van Franeker zonder succes nog nieuw leven in te blazen, door haar te heroprichten als Rijksathenaeum<\/em> in 1815. In 1815 sloot dit Rijksathenaeum zijn deuren echter en verdween het instituut.<\/p>\n

 <\/p>\n

\u00b2)De Burgerlijke overheid bestond uit twee afzonderlijke rechtsgebieden: de Stad en het Schependom Doetinchem enerzijds, en daarnaast het Richterambt van Doetinchem, met de buurtschappen Langerak (met Hagen, de Kruisberg en Rozegaard), IJzevoorde (met de Slangenburg), Oosseld (met Koekendaal), Gaanderen (met Ter Gun) en de Stadsheide.<\/p>\n

 <\/p>\n

\u00b3)Maire van Doetinchem .<\/p>\n

In het jaar 1795 is er de ommekeer met de stichting van de Bataafse republiek, ook wel genoemd de Franse tijd. De adellijke elite maakt plaats voor de burgerlijke elite. Een raad van burgers vormt nu het bestuur. Deze raad werd in 1798 vervangen door een gekozen gemeente bestuur. Volgens de Franse wetgeving werd de benaming mairie gebruikt voor gemeente en de burgemeester heet dan maire. Aan het einde van de Franse tijd op 25-12-1813 veranderen alle titels, Maire wordt weer burgemeester en adjoints heten nu assessoren en later wethouders.<\/p>\n

 <\/p>\n

\u2074)De\u00a0Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen\u00a0(kortweg\u00a0’t Nut) is een landelijke vereniging met plaatselijke afdelingen (“departementen”), opgericht in 1784, die zich ten doel stelt het welzijn, in de ruimste zin, van individu en gemeenschap te bevorderen. De vereniging streeft naar individuele en maatschappelijke ontplooiing met een zo hoog mogelijk cultureel gehalte. De Maatschappij hield en houdt zich bezig met zaken die het\u00a0algemeen belang<\/a>\u00a0dienen, zoals onderwijs, ontwikkeling en maatschappelijke discussie. Ze heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de democratisering van Nederland.<\/p>\n

 <\/p>\n

\u2075) De Heerensoci\u00ebteit \u2018de Vriendschap\u2019 in Doetinchem.<\/p>\n

Deze soci\u00ebteit is opgericht in 1812. De bijeenkomsten waren in Hotel Rademaker, op de hoek van de Grutstraat en de Omdraai en in een vertrek boven de woning van Willem Wolsink, op de hoek van de Markt en de Heezenstraat. In 1863 kreeg de soci\u00ebteit een eigen gebouw op de hoek van de Grutstraat\/Hofstraat. Vele notabelen van de stad Doetinchem waren er lid van getuige de familienamen; Planten, Evekink, Ketjen, Termaat, Cremer, Lambrechts.<\/p>\n

Het soci\u00ebteitsgebouw had met zijn grote zaal de functie van de huidige schouwburg. In 1990 is het gebouw gesloopt.<\/p>\n

 <\/p>\n

\u2076) Personele belasting was een belasting voor de vermogenden. Hun rijkdom werd afgemeten aan het aantal dienstboden, koets- en rijpaarden, haardsteden en ramen en deuren in de huizen die ze bezaten. En aan de waarde van hun grond. De belastingambtenaar kwam toen nog aan huis om te plekke het aantal dienstboden, paarden, ramen en dergelijke te tellen. De afhandeling van de belastingzaken vond daarna plaats in het dorpshuis of het plaatselijke caf\u00e9.<\/p>\n

 <\/p>\n

\u2077)\u201dDe Ooyman\u201d of de Ooiman ontleent haar huidige naam aan een boerderij, die voorjaar 1967 werd gesloopt. De naam is al heel oud. In het verpondingsregister van 1647 is sprake van \u2018het Oymans-guet in hert buurtschap Oesselt\u2019<\/em>(Oosseld). Het is dan een van de goederen van Bilheim (klooster Bethlehem).<\/p>\n

In 1830 waren alle bouwlanden van de boerderij De Ooyman in het bezit van Evert Jan Planten.<\/p>\n

Hierna is het lange tijd in het bezit geweest van diverse burgemeesters van de in 1825 opgerichte gemeente Ambt Doetinchem en deze omvatte het dorp Gaanderen en de buurtschappen IJzevoorde, Oosselt, Langerak en Dichteren. In 1881 werd besloten er een villa op te bouwen, pal naast de boerderij en deze ambtswoning werd \u201cDe Koekendaal\u201d genoemd. Burgemeester Christiaan Bernhard Wilhelm Kehrer heeft waarschijnlijk na 1895 de naam van de villa\u00a0 \u201cDe Koekendaal\u201d veranderd in \u201cDen Ooyman\u201d.<\/p>\n

In 1928 heeft de toenmalige eigenaar Hofstede Crull de villa vanaf de fundamenten geheel opnieuw laten opbouwen.<\/p>\n

 <\/p>\n

Bronnen: Drs. W.J.P. Coops: \u2018Stads- en Ambtsbegraafplaats Doetinchem 1829-2011\u2019.<\/em> Sylvia Gijsbers: \u2018Stad en Ambt,<\/em> S.H. Lovink Hz, \u2018De Geschiedenis van Doetinchem\u2019, Raadgeep, 1978\u2019. <\/em>www.hvsteenderen.nl<\/a> E.J. Plant en; \u201cStadsgeneesheer en Burgemeester van Doetinchem\u201d.<\/em> Diverse artikelen uit de Kronyck <\/em>van de Historische Vereniging Deutekom, o.a. \u2018De elite van Doetinchem 1795-183\u2019 van Titia van den Akker.<\/em> www.doetinchem1832.jouwweb.nl<\/a> \u2018Burgemeesters der stad Doetinchem\u2019.<\/em>www.rijksoverheid.nl \u201cGeschiedenis belastingen\u201d. <\/em>Rob Lureman, Jan Steijntjes en Gon Boekkooi; \u201c\u2019n Moment voor een Monument\u201d, een uitgave van de Oudheidkundige Kring Doetinchem, juni 1985.<\/em>Guus Dinkla; \u201cDoetinchems Verleden\u201d een uitgave van Raadgeep + Berrevoets.<\/em>J.C. Boogman en S. Oosterhaven; \u201cGeschiedenis van Doetinchem \u201c, <\/em>De Walburg Pers\/Oudheidkundige Kring Deutekom 1986. \u201cDe Zwerfsteen\u201d, <\/em>Periodiek orgaan van de historische vereniging Steenderen.www.oudzelhem.nl \u201cGeneeskunde in Zelhem en Halle\u201d.<\/em><\/p>\n <\/div>\n <\/div> \n <\/div> \n<\/section>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":11,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"categories":[54],"tags":[],"class_list":["post-2764","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-begravenen-stadsbegraafplaats"],"acf":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/stadsenambtsbegraafplaats.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2764","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/stadsenambtsbegraafplaats.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/stadsenambtsbegraafplaats.nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/stadsenambtsbegraafplaats.nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/11"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/stadsenambtsbegraafplaats.nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2764"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/stadsenambtsbegraafplaats.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2764\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":2766,"href":"https:\/\/stadsenambtsbegraafplaats.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2764\/revisions\/2766"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/stadsenambtsbegraafplaats.nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2764"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/stadsenambtsbegraafplaats.nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=2764"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/stadsenambtsbegraafplaats.nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=2764"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}